Drupal, TYPO3 of WordPress: wat de keuze betekent
Toegankelijk voorlezen hoort niet vast te zitten aan één CMS. Dit artikel zet de cijfers, de kosten en de randvoorwaarden op een rij — inclusief de vraag waar je tekst naartoe gaat, want dat is bij een aanbesteding het eerste waar naar gekeken wordt.
Welk CMS draaien gemeenten eigenlijk?
Bij de peiling van 2 september 2026 over alle 342 Nederlandse gemeenten staat het er zo voor: bijna de helft draait op Drupal (24,9% op SIMsite, dat Drupal onder de motorkap heeft, plus 22,5% op Drupal zelf), 19,9% op TYPO3 en 13,7% op WordPress. De rest verdeelt zich over Rx.Front, Sitebox, Smartsite en een handvol kleinere systemen.
Drie systemen dekken dus bijna negentig procent. Voor een leverancier is dat prettig overzichtelijk; voor een gemeente betekent het vooral dat je niet de enige bent met jouw CMS, en dat een oplossing die maar op één systeem werkt per definitie te smal is.
Hangt Videocentral aan één CMS?
Nee. De speler staat los van het CMS: hij leest één blokje data uit de pagina en doet de rest zelf. Wat per systeem verschilt is alleen de koppeling die dat blokje neerzet — hoe een redacteur het invult en waar het wordt opgeslagen.
Praktisch betekent dat: op WordPress draait het vandaag, voor Drupal en TYPO3 bouwen we een module, en voor de systemen daarbuiten komt er een route die alleen een scriptregel in je template vraagt. Voor de bezoeker is het resultaat in alle gevallen hetzelfde.
Wat kost het?
Het rekensommetje is talen × leesversies × pagina's die je aanzet. Er zijn vier leesversies (origineel, eenvoudig, samenvatting, eenvoudige samenvatting) en elke taal heeft een eigen stem en dus een eigen opname. Drie talen en vier versies is twaalf opnames per pagina, en dat wil niemand betalen of onderhouden.
De praktische inrichting is daarom: per taal vastleggen welke versies die taal krijgt, en voorlezen aanzetten op de pagina's waar het uitmaakt. Aanvragen, regelingen, voorwaarden, contact — dat is meestal een paar procent van je site en het overgrote deel van je publieksverkeer.
Reken daarnaast op onderhoud: wijzigt de tekst, dan is de opname niet meer geldig en moet er opnieuw ingesproken worden. Dat is precies de bedoeling, maar het betekent wel dat een pagina die elke week verandert een slechte kandidaat is.
Wat vraagt de wet?
Voor overheidswebsites geldt de verplichting om te voldoen aan de Europese norm voor digitale toegankelijkheid, met een openbare toegankelijkheidsverklaring waarin je zelf opschrijft hoe je ervoor staat. Die verklaring is geen formaliteit: hij is publiek, en het verschil tussen "voldoet gedeeltelijk" en "voldoet volledig" is precies wat een auditor naleest.
Voorlezen met meelezen, een versie op taalniveau B1, een samenvatting en een alleen-audiomodus raken de groepen waar de meeste sites op vastlopen: laaggeletterden, mensen met dyslexie, mensen die slecht zien, en iedereen die het even op de telefoon doet. Het is geen vervanging van een audit — het is het stuk dat na de audit meestal blijft liggen omdat het redactiewerk is.
Waar gaat mijn tekst naartoe?
De stem en de avatar worden bij een externe partij gemaakt, en die staat niet in Europa. Dat is bij een aanbesteding het eerste waar naar gekeken wordt: de verwerkersovereenkomst, dataminimalisatie, en de simpele vraag welke tekst het pand verlaat.
Wij zijn daar liever expliciet over dan dat het in een bijlage staat. Het gaat om gepubliceerde, openbare paginatekst — geen persoonsgegevens van je inwoners — en het staat hoog op onze eigen lijst om dit binnen de EU te kunnen doen. Vraag er bij elke leverancier naar, ook bij ons, en neem geen genoegen met "dat is geregeld".
Datzelfde geldt voor herkenbaarheid: een synthetische presentator hoort als synthetisch herkenbaar te zijn. Dat regelen we in de speler zelf, en niet in de kleine lettertjes.
Waar begin je?
Niet met een project. Zet het op vijf pagina's aan die er echt toe doen, laat de redactie de eenvoudige versies nalezen, en kijk een maand naar wat er gebeurt. Dat kost weinig, het levert een eerlijk beeld op, en het is een veel beter gesprek met je leverancier dan een specificatie vooraf.
Wat beslissers ons vragen
Werkt het met SIMsite?
SIMsite is Drupal onder de motorkap, dus dezelfde module bedient het. De praktische route naar zo'n site loopt wel via SIMgroep, omdat zij het beheer doen. Dat is een afspraak, geen technisch obstakel.
Moeten we onze CMS-leverancier erbij halen?
Voor Drupal, TYPO3 en WordPress is een module of plugin genoeg; installeren doet je beheerder. Voor de plugin-loze route hoeft er alleen één scriptregel in het template, en soms een selector die aanwijst waar de tekst staat.
Wat gebeurt er bij een redesign van onze site?
De opnames horen bij de tekst, niet bij de vormgeving. Een redesign raakt ze dus niet, zolang de tekst blijft staan. Verandert de tekst wel, dan moet er opnieuw ingesproken worden — dat is dezelfde regel die de rest van de tijd je zekerheid is.
Kunnen we eerst klein beginnen?
Dat is de aanbeveling. Vijf pagina's, één taal, twee leesversies. Je ziet dan meteen wat het redactioneel vraagt, en dat is waar de meeste projecten op stuklopen — niet op de techniek.